Veelgestelde vragen

Staat uw vraag er niet tussen? Kijk bij de vragen voor de pensioenadviseur of de werkgever. Uiteraard kunt u ook contact opnemen met de APFspecialist! Lastige begrippen worden uitgelegd in de verklarende woordenlijst.

1. Is de APFspecialist onafhankelijk?

Ja, de APFspecialist is 100% onafhankelijk. De APFspecialist is een initiatief van Buck Consultants en Buck Consultants is op geen enkele wijze gelieerd aan een verzekeraar of Algemeen Pensioenfonds. Buck Consultans is niet betrokken (geweest) bij de oprichting van een APF en is ook niet betaald door een verzekeraar of APF voor gegeven advies. Hiermee is Buck Consultants als een van de weinige actuarieel adviesbureaus in staat volledig onafhankelijk advies te geven over het APF.

2. Wie kunnen er allemaal hun pensioen onderbrengen bij een APF?

In beginsel kan iedere werkgever zijn pensioenregeling onderbrengen in een APF. Momenteel geldt er echter nog een uitzondering voor werkgevers die geen vrijstelling krijgen van een verplicht gesteld Bedrijfstakpensioenfonds. Een verplicht gesteld BPF kan zich momenteel nog niet aansluiten bij een APF of een APF oprichten. Een ondernemingspensioenfonds kan zich wel aansluiten bij een APF naar keuze.

3. Hoeveel APF-en zijn er?

Zie "wat is een APF"

4. Zijn alle APF-en hetzelfde?

Zie "wat is een APF"

5. Wat is het verschil tussen een APF en andere uitvoerders?

In vergelijking met een verzekerde regeling is het grootste verschil dat de opgebouwde aanspraken niet meer gegarandeerd zijn.
Een APF onderscheidt zich van andere pensioenfondsen door de mogelijkheid om meerdere pensioenregelingen gescheiden, in verschillende compartimenten uit te voeren (zogenaamde collectiviteitskringen) waardoor (kosten)voordelen behaald kunnen worden op het gebied van de governance, uitvoering en beleggingsbeleid. Op deze pagina kun je een APF vergelijken met andere uitvoerders.

6. Wat is het verschil tussen een PPI en een APF?

Een Premie Pensioen Instelling (PPI) mag zelf geen risico dragen. Dit betekent dat een PPI uitsluitend beschikbare premieregelingen mag uitvoeren. Daarnaast is duidelijk vastgelegd welk deel van het vermogen van de PPI voor wie is, het volledige risico ligt bij de deelnemers. Een Algemeen Pensioenfonds (APF) mag wel zelf risico dragen. Dit houdt in dat het fonds ook uitkeringsregelingen en zogeheten CDC-regelingen mag uitvoeren. Daarnaast fungeert het APF, zoals de naam al zegt, als een pensioenfonds, terwijl een PPI een beleggingsinstelling is. Op de pagina  APF vergelijken met  andere uitvoerders staan de verschillen en overeenkomsten schematisch weergegeven.

7. Waarom zou ik een beschikbare premieregeling (DC regeling) onderbrengen bij een APF?

Het APF is bij uitstek het geschikte vehikel om uw beschikbare premie onder te brengen. Het Algemeen Pensioenfonds geeft op de pensioendatum namelijk de meeste keuzemogelijkheden voor het inkopen van het uiteindelijke pensioen, doordat vanwege de taakafbakening van pensioenfondsen het alleen mogelijk is om een kapitaal dat bij een verzekeraar of PPI is ondergebracht op de pensioendatum om te zetten in een pensioenuitkering bij een APF als de deelnemer bij het betreffende APF al rechten of kapitaal heeft!
Ten opzichte van de bestaande mogelijkheden bij een PPI en een verzekeraar, te weten:

  • het recht om te shoppen en de pensioenuitkering bij een (andere) verzekeraar onder te brengen. De uitkering is dan gegarandeerd, maar toeslagen mogen per definitie niet verwacht worden.
  • wegens de invoering van de wet uitbetaling pensioen in pensioeneenheden te kiezen voor een variabel pensioen waarvan de hoogte van de uitkering wijzigt met de behaalde beleggings- en sterfteresultaten én de ontwikkeling van de levensverwachting.

is het inkopen van een niet gegarandeerd pensioen in een APF dus een extra "gratis" optie.
De rechten die binnen een APF worden ingekocht zijn weliswaar niet gegarandeerd zoals bij een verzekeraar, maar ook zeker niet zo variabel als binnen een toedelingskring conform de wet variabele pensioenuitkering. Daarnaast, afhankelijk van de financiële positie van een APF (kring) mag er normaal gesproken wel indexatie verwacht worden, maar is dan ook een eventuele verlaging van de uitkering niet uitgesloten. De uitkering zal wel veel stabieler zijn dan een variabele pensioenuitkering.

8. Wat zijn de voordelen van een Algemeen Pensionfonds?

De voordelen van een APF zijn afhankelijk van waar je het APF mee vergelijkt. In vergelijking met een verzekeraar heeft het APF in veel gevallen een lagere premie en meer kans op indexatie.
Ik hoor u denken, een lagere premie én meer kans op indexatie. Hoe kan dat? Het antwoord hierop is dat, vanwege wet- en regelgeving, pensioenfondsen (en dus ook een APF) de mogelijkheid hebben om een lagere premie te vragen voor eenzelfde pensioenregeling dan een verzekeraar. Voor dezelfde euro pensioen mag een APF dus minder premie vragen dan een verzekeraar. Om deze complexe situatie begrijpelijk te maken proberen wij deze als volgt te vereenvoudigen.

Allereerst is een goed uitgangspunt om te stellen dat als er meer geld (premie) betaald wordt, er ook meer geld (pensioen) uitgekeerd zal worden. Dit kan alleen anders zijn als:

  1. het deel van de premie waarmee daadwerkelijk pensioen wordt aangekocht bij de ene aanbieder lager is dan bij de ander.
    Bijvoorbeeld doordat veel hogere kosten in rekening worden gebracht (en dit doen verzekeraars niet persé) óf als er hoge garantieopslagen worden gevraagd. Met name dit laatste is momenteel precies het geval, garantieopslagen die verzekeraars vragen bedragen wel 1/3 van de premie waardoor van de te betalen totale premie slechts 2/3 beschikbaar komt voor het pensioen. Afgezien van een klein deel van kosten en risicopremies, komt bij een APF de bijna volledige premie in het fonds terecht ten gunste van de pensioenen.
  2. de premies op verschillende wijze belegd worden.
    Pensioenfondsen kunnen, naast de mogelijkheid om een lagere premie te vragen, ook nog eens risicovoller beleggen dan een verzekeraar. Het gevolg is dat wegens de gangbare gedachte dat risicovoller beleggen naar verwachting ook beter rendeert (meer geld oplevert) dan risicoloos beleggen, een APF met deze verwachte extra beleggingsrendementen de lagere premies kan compenseren en daarnaast ook nog eens toeslagen (indexatie) kan verlenen. Daar waar een verzekeraar zeer defensief moet beleggen vanwege wet- en regelgeving en over het algemeen op dit moment zelfs geen enkele kans op toeslagen kan aanbieden. Alleen als een verzekeraar een (nog) hogere premie vraagt, kan er (in beperkte mate) risicovoller belegd worden. De praktijk is echter dat de premies dan zo hoog worden dat dit commercieel niet haalbaar blijkt.

Een APF mag dus een lagere premie vragen en verwacht door het nemen van (beleggings-) risico's hetzelfde pensioen te kunnen uitkeren, en daar bovenop óók nog eens tussentijds toeslagen te kunnen verlenen. Maar u begrijpt, het nemen van risico's kan ook nadelige gevolgen hebben.

In vergelijking met een ondernemingspensioenfonds kan een APF een aantrekkelijk alternatief zijn ten opzichte van liquidatie en overgang naar een verzekeraar. Ook, en misschien zelfs vooral, heeft een APF schaalvoordelen. Allereerst zal de alom gevoelde druk om gekwalificeerde bestuurders op te leiden wegvallen, terwijl er bij een APF standaard sprake is van een professioneel bestuur. Daarnaast kan er nog wel, maar uiteraard in aanzienlijk geringere mate, invloed worden uitgeoefend op het beleid van de eigen kring. En als het goed is wordt een APF groter qua belegd vermogen dan het ondernemingspensioenfonds en kan er zo ook bespaard worden op vaste kosten. Bovendien zou het delen van de zogenaamde technische risico’s (die normaal gesproken herverzekerd worden) met meer deelnemers binnen een kring ook schaalvoordelen op moeten leveren.

In vergelijking met een Premie Pensioen Instelling (PPI) heeft het APF als groot voordeel dat er zowel een uitkeringsregeling als een premie regeling kan worden uitgevoerd. Daarnaast kan het APF eenvoudig de (toekomstige) variant aan van doorbeleggen na de pensioendatum. Bij een PPI is dit niet zo, omdat een PPI geen verplichtingen voor eigen risico mag aangaan. Een APF mag overigens voor deelnemers die elders een kapitaal hebben opgebouwd met een beschikbare premie regeling alleen toestaan rechten in te kopen op pensioendatum binnen het APF als hij of zij ook al andere (DB) aanspraken of kaptaal in het APF heeft.

9. Wat zijn de nadelen van een Algemeen Pensioenfonds?

Ook voor de nadelen van een APF hangt het er vanaf waar je het APF mee vergelijkt.
In algemene zin is momenteel het grootste risico de bestaande onduidelijkheid van een APF (-kring) wat weer nauw samenhangt met het geheel van de premiestelling, premievolume, omvang van het vermogen en de uitvoerings- en beheerskosten. 
Bijvoorbeeld is in veel gevallen nog onbekend hoe de performanceverwachtingen van de verschillende APF (-kringen) zijn met betrekking tot de pensioenen, gemeten in het pensioenresultaat. Informatie van de APF-en hierover is beperkt, alsook inzake de kostenstructuur. 

Een relatief lage premie lijkt bijvoorbeeld op korte termijn interessant, maar in combinatie met een laag premievolume en een klein startvermogen, is de kans groter dat een dergelijk APF (-kring) moet gaan korten of zelfs de levensvatbaarheid in het gedrang kan komen. En wat dan? Onder andere met behulp van deze site en bijvoorbeeld het APF vergelijken met andere uitvoerders of APF-en onderling vergelijken proberen wij de transparantie te verhogen, en het maken van een goede langetermijn keuze te bevorderen. Maar uiteindelijk zal de praktijk moeten gaan uitwijzen wie de winnaars en verliezers zullen zijn. En hiermee bedoelen we niet persé de verzekeraars, PPI's of welke APF-en nu overblijven of de grootste worden (op welk gebied dan ook), maar met name de deelnemers. Welke APF en kring behaalt de beste resultaten en beantwoord het beste aan en de wensen van de deelnemers, want om hen draait het tenslotte allemaal. Een goed onderbouwde en breed gedragen keuze maken is wat ons betreft dan ook dé hoofdvoorwaarde voor een succelvolle arbeidsvoorwaarde pensioen. En een APF kan, en zal naar onze mening, hier een belangrijke bijdrage gaan leveren.

In vergelijking met een verzekeraar is het belangrijkste verschil dat er geen garanties op een uitkering zijn. Opgebouwde aanspraken kunnen bij een APF worden gekort , terwijl dit (met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid) niet het geval is bij een verzekeraar. Voor zowel voor een verzekeraar als een APF geldt dat de premiesystematiek veelal voor 5 jaar vast staat (of is dat in ieder geval een keuze). Bij een APF is de aanwezigheid van een stabiele premie afhankelijk van de gekozen kring, en valt dit dan in alle gevallen samen met de keuze (van die specifieke kring) om een premie te vragen die gebaseerd is op basis van verwacht beleggingsrendement. Gezien de nadelen waar we in deze veelgestelde vraag over spreken, is dit dus ook een verschil en extra risico van een APF in vergelijking met een verzekeraar.

In vergelijking met een ondernemingspensioenfonds wordt er enigszins afstand gedaan van de mogelijkheden om een eigen koers te varen. Uiteraard kan er nog wel invloed worden uitgeoefend via het belanghebbendenorgaan in de eigen kring, maar dit is niet hetzelfde als “zelf de baas zijn”.

In vergelijking met een PPI kan een APF het nadeel hebben - maar alleen in de situatie dat er een rendementsgarantie van toepassing is en afhankelijk van hoe de APF precies is ingericht - dat ook in geval van een beschikbare premieregeling een korting mogelijk is. Indien men een premieregeling wil onderbrengen in een APF is het van belang dit scherp te hebben.

10. Waarom worden APF-en opgericht als zij geen winstoogmerk hebben?

Kort gezegd komt dit (naar onze mening) doordat het aanbieden van pensioenen met een gegarandeerde uitkering een minder aantrekkelijk (duur) product is geworden. Het kost de verzekeraar zelf veel eigen vermogen om te voldoen aan de eisen voor het aanhouden van (risicoloze) buffers. Daar komt bij dat het voor werkgevers een hele dure arbeidsvoorwaarde is geworden. Een verlies-verlies situatie dus.
Met de oprichting van een APF kunnen de verzekeraars een betaalbaar(der) pensioenproduct blijven aanbieden en gelijktijdig ook een compleet productenpallet. Hiermee wordt een alternatief geboden om te voorkomen dat de pensioenen van een werkgever bij een andere verzekeraar worden ondergebracht, en in het kielzog ook de overige verzekeringen mee verhuizen naar de nieuwe verzekeraar.

In iets meer detail is de onderbouwing van de twee redenen de volgende. Verzekeraars geven een zeer langdurige garantie op de pensioenaanspraken. Gegeven de boekhoudregels dienen zij door de aanwezigheid van die langdurige garantie hiervoor erg hoge buffers (solvabiliteit) aan te houden. Het lijkt er op dat in het verleden mogelijk onvoldoende rekening gehouden is met de risico’s die de laatste jaren aan de oppervlakte zijn gekomen, zoals een zeer lage marktrente en de sterk toegenomen levensverwachtingen. De extra benodigde buffers dienen betaald te worden uit het eigen vermogen van de verzekeraars waardoor ze deze gelden niet meer commercieel kunnen inzetten hetgeen hun bedrijfsvoering raakt. Gegarandeerde pensioenen zijn in commerciële zin een riskante onderneming geworden.
In het verlengde hiervan, en tegelijkertijd het tweede belangrijke argument, is dat door het moeten aanhouden van deze hoge buffers, de premie voor nieuwe contracten dermate hoog is geworden dat contracten met kans op indexatie praktisch gezien nog maar heel weinig voorkomen, en daarmee de contracten met alleen een nominale toezegging van het pensioen gemeengoed zijn geworden. En dit, terwijl de prijs hiervan nog steeds ruimschoots hoger is dan in het recente verleden.
De gevolgen onder de verzekeringsmaatschappijen zijn al waarneembaar, zo is er al een verzekeraar die is gestopt met het aanbieden van nieuwe contracten voor gegarandeerde pensioenen, terwijl ook anderen hebben aangegeven dit te overwegen dan wel te gaan doen. 

11. Zijn er alternatieven voor een APF?

Met name voor bestaande pensioenfondsen die eigenlijk zelfstandig voort willen, maar uit noodzaak tot liquideren gedwongen lijken zijn er mogelijk alternatieven. Lees verder 'Zijn er voor een pensioenfonds alternatieven voor een APF?'

12. Betalen bij een APF de jongeren voor de ouderen?

Bij de bedrijfstakpensioenfondsen, bijvoorbeeld die voor ambtenaren (APG), verplegend personeel (Zorg en Welzijn), de metaal (PME en PMT), wordt momenteel een discussie gevoerde over het feit dat jongeren de ouderen subsidiëren. En hoe dit eerlijker verdeeld kan worden.
Bij een APF is dit niet aan de orde en wordt voor iedere werknemer “op maat” de premie berekend.

13. Wie voert de administratie en het vermogensbeheer uit van de APF-en?

Bij de oprichting zijn er voor de eerste 5 tot 7 jaar contracten getekend voor administratie en vermogensbeheer tussen (uitvoeringsorganisaties van) de oprichtende verzekeraars resp. pensioenfondsen en de betreffende  APF'en . Om de onafhankelijkheid van de stichting te borgen ten opzichte van de oprichtende (commerciële) partij is een van de eisen die DNB stelt dat de bestuurders van een APF geen banden mogen hebben (gehad) met de oprichter of een andere verzekeraar. Het onafhankelijke bestuur van een APF wordt geacht hierdoor op basis van alleen rationele motieven te kunnen besluiten om bij het niet functioneren de administratie en vermogensbeheer uit te kunnen besteden aan een andere partij dan die van de oprichtende partij.
In praktische zin moet hier wel bedacht worden dat het overzetten van een administratie een grote last is, zowel organisatorisch als financieel, en dat het overstappen naar een andere uitvoerder hiermee niet voor de hand ligt. Het overstappen naar een andere vermogensbeheerder is vaak makkelijker te realiseren. De gesloten overeenkomsten met de vermogensbeheerders zijn dan in bijna alle gevallen ook voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van minder dan een jaar.

14. Wat zijn de kosten van een APF?

Dat hangt af van het APF en de kring. In het algemeen hanteert een Algemeen Pensioenfonds uitvoeringskosten voor administratie, vermogensbeheer, bestuur en belanghebbendenorgaan, kosten voor toezicht (accountant, actuaris) en adviseurs en overige kosten. In sommige gevallen zijn er ook (rente)kosten wegens de (gedeeltelijk) terug te betalen lening waarmee het weerstandsvermogen is gefinancierd. Doordat deze kosten slechts gedeeltelijk afhankelijk zijn van het aantal deelnemers of het belegd vermogen geldt dat de kosten van een APF relatief laag zijn. Ofwel, hoe groter het APF is, hoe lager de kosten per deelnemer zullen zijn.

15. Verrijken de bestuurders van een APF zich met het geld van de werknemers?

Omtrent dit punt is momenteel veel aandacht in de media en bestaat er veel controverse, overigens (bijna) altijd in verband met bestuurders/werknemers van vermogensbeheerders (zie de documentaires "zwarte zwanen"), van bedrijven met een winstoogmerkt of liefdadigheidsinstellingen en niet m.b.t. de besturen van de pensioenfondsen zelf. In het algemeen, en zeker in vergelijking met veel beroepen, kan echter wel gesteld worden dat een bovengemiddelde vergoeding verleend wordt, maar worden hier zelden of nooit discussies gevoerd dat de salarissen bovenmatig zijn.
De informatie inzake de vergoedingen is beperkt of nog niet altijd vrij beschikbaar. Dit helpt niet om een eenduidig antwoord op de vraag te kunnen geven.
De praktische kant is dat om een concurrerend APF in de markt te zetten, er voor gezorgd moet worden de kosten laag - of in ieder geval zo laag mogelijk - te houden. Een dure managementlaag zorgt uiteraard ook voor een duur "product". Een APF heeft geen sterke uitgangspositie en zal concurrerend moeten zijn. Uiteindelijk zal derhalve uit de offertes moeten blijken wat er als administratieve vergoeding doorberekend zal worden. De eerste indicaties, gebaseerd op uitgebrachte offertes, is dat de kosten laag zijn in vergelijking met veel ondernemingspensioenfondsen. Tegelijkertijd kunnen we ook constateren dat er wel grote verschillen bestaan tussen de diverse APF'en. Als voorzichtig eerste antwoord op de vraag kunnen de lage kosten in ieder geval als bemoedigend worden beschouwd. En, zodra daar meer over bekend wordt zullen wij deze informatie uiteraard delen.
Daarnaast geldt dat bestuurders verplicht zijn het deelnemersbelang centraal te stellen en integer te handelen. Gezien de in de publieke opinie wellicht slechte reputatie op dat vlak, zal dat u mogelijk weinig houvast en vertrouwen geven. Voor de beroepsgroep is dit echter een belangrijk uitgangspunt.

16 Kan ik ons eigen pensioenfonds laten aansluiten bij een bestaande APF?

Ja, dat kan. Het is bij een aantal APF-en mogelijk het eigen pensioenfonds onder te brengen als eigen kring, en in alle gevallen ook als onderdeel van een collectieve kring.
Ingeval u de mogelijkheid van een eigen kring wilt onderzoeken, moet u beseffen dat u wel bepaalde schaalvoordelen zult kunnen behalen, maar doordat het vermogen gescheiden blijft en een eigen belanghebbendenorgaan moet worden geïnstalleerd zullen de hieraan gerelateerde kosten alleen door uw onderneming gedragen moeten worden. Het voordeel is uiteraard wel dat u in veel grotere mate "in control" blijft dan als uw fonds opgaat in een collectieve kring. In een collectieve kring wordt het vermogen van uw pensioenfonds samengevoegd met het vermogen in de bestaande kring en worden de diverse kosten volledig verdeeld over alle deelnemende bedrijven. Het kostenniveau zal dan aanmerkelijk lager liggen dan voor uw OPF of als u zou kiezen voor een eigen kring.

Mocht u overwegen uw pensioenfonds onder te brengen bij een bestaande APF, kunt u uiteraard contact opnemen me de APFspecialist.

17. Kan ik zelf een APF oprichten?

Ja, dat kan. U dient een vergunningsaanvraag in te dienen bij DNB. Waar uw aanvraag aan moet voldoen kunt u vinden op de website van DNBHet aanvragen van de vergunning kost in ieder geval € 26.000. Er komt veel kijken bij het aanvragen van een vergunning. De vergunningsvereisten omvatten ondermeer: 

  • het weerstandsvermogen
  • de waarborging van goed bestuur
  • de uitbesteding aan derden
  • de samenstelling en taakverdeling van het bestuur
  • de vastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het APF
  • het intern toezicht
  • de samenstelling en taken van de raad van toezicht
  • het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt
  • de geschiktheid en betrouwbaarheid van de (mede)beleidsbepalers
  • de tijd die bestuurders en leden van de raad van toezicht beschikbaar hebben voor de uitoefening van hun functie
  • de inhoud van de statuten
  • de inrichting van de organisatie van het APF, waardoor een beheerste en integere bedrijfsvoering wordt gewaarborgd

Mocht u overwegen zelf een APF te willen oprichten, kunt u uiteraard contact opnemen me de APFspecialist.

 

 

 

© 2017 www.deapfspecialist.nl is een website van Phenox Consultants